|
The Big Trip November 1 Woensdag 1 november 2006. We zijn een dag langer gebleven in Charters Towers om de tweede computer van Chauntelle op internet aan te sluiten en onze website te kunnen uploaden. We gaan morgen de outback in en ik weet niet wanneer we weer broadband hebben. Ik heb de hele avond door gewerkt om onze site af te krijgen en vanmorgen vroeg de laatste foto’s uitgezocht. We zijn om tien uur bij hun op kantoor. Gavin haalt een router en een lange kabel en ik sluit alles aan. Een Red Rooster lunch tussen de middag en als we de computers afsluiten is het half negen. Chauntelle was al met Ineke en de kinderen naar de caravan gegaan. Als wij aankomen, maken we nog een praatje en als ze weg zijn liggen wij om half tien met een diepe zucht in bed. Donderdag 2 november 2006. We vertrekken vandaag naar Hughenden. Als we alles opgeruimd hebben en aangekoppeld rijden we nog “even” langs Chauntelle, de tweede computer was nog niet helemaal in orde. We zouden vroeg gaan rijden want het is 250 km naar Hughenden en om half elf zijn we na een hartelijk afscheid dan eindelijk op weg. Een weg kaarsrecht tot zo ver als je kan kijken en de enige afwisseling is het tellen van de dode kangaroes. We Lunchen onderweg bij de Burra Range lookout van de White Mountains. Het is bewolkt en drukkend warm. De airco doet dapper zijn best en als afwisseling komen we een paar stukken tegen waar ze aan de weg werken. Een lollypopman met een stopbord en aan de kant een bord dat aangeeft dat het ongeveer 15 minuten kan duren. Er komt een bestelwagentje met knipperlichten voorrijden. Rode grond , stof en halverwege een buitje met hele grote druppels, net genoeg om onze “Road Train”nat te maken zodat het prachtige rode en grijze stof aan de auto en caravan blijft plakken. Na nog een paar stukken wegwerk, een paar smalle stukken met veel kuilen en vijftig dode kangaroes, komen we om drie uur aan in Hughenden en rijden Alan Terry Caravanpark op. Een nacht is te kort want dan moeten we morgen al weer weg en hebben dan niets gezien. Twee nachten boeken we en Alan wijst ons waar we kunnen staan en hij heeft onze combinatie gezien en wijst ons de wasplaats achterin waar wij de auto en caravan op kunnen rijden en compleet wassen als we dat willen. Nou heel graag, want het ziet er niet uit. Een beetje met de Franse, Hollandse en Australische slag was ik de hele combinatie binnen een half uur en als alles op z’n plaats staat en aangesloten is het vier uur en tijd voor een pils. Ik zie bij Ineke en mijzelf overal bulten komen omdat ons bloed tegen kookpunt aanzit en begint te borrelen. Gelukkig is het gemeente zwembad naast ons en kunnen wij in en uit lopen. Alan is ook gelijk badmeester, dat is te zien aan zijn grote strohoed en te horen hoe hij de jeugd aan het les geven is. Het grote bad is in gebruik voor het lesgeven maar gelukkig is het kinderbadje wel vrij en wij niet veeleisend, als je gaat zitten in 90 cm water koel je ook af ;-) Ineke heeft weer een normale kleur en de ademhaling gaat gelukkig ook weer beter. De airco heeft de temperatuur binnen weer omlaag gekregen van 45 naar 28 graden, een stuk dragelijker. Ineke gaat eten maken en ik ga een blokje om met de auto. Als ik terug ben is de vrouw van Alan net aan het vertellen dat ze storm verwachten. De luifel maar weer in en de stoelen en tafel weer in de auto. Een inspannende dag, nu kan iedereen lezen dat wij het ook niet makkelijk hebben ;-( Onderweg kwamen wij een bord tegen “Welkom in the Outback of Queensland” Dat is ook gelijk te merken, we hebben geen ontvangst meer met onze mobile. Als echte country people maakt Ineke een grote T-bone en als we heerlijk gegeten hebben en na de koffie zijn we op en gaan de oudjes naar bed. Vrijdag 3 november 2006. Het heeft vannacht een beetje geregend en het is bewolkt. Volgens de vrouw van Alan had er wel iets meer mogen vallen maar de wolken houden de warmte gelukkig een beetje tegen. We gaan de “stad” in, er is een warme bakker, de enige, het is bijna een sociale ontmoetingsplaats voor de locals. Ze maker er een praatje en aan de raam hangen diverse advertenties met van alles en nog wat te koop. Er is een bord waar we de Coolibha Tree kunnen vinden. We kijken er vanuit de auto naar en rijden wat rond. Hele brede straten waar je ook weer zonder moeite met je caravan kunt keren. Ongeveer vier straten die iets voorstellen met een paar winkels en een benzinepomp, een bank en het museum waar het skelet staat van de eerste dinosaurus die in Australië is gevonden. Het kost maar $ 3,50 om binnen te komen. Het skelet is enorm, zo’n beest wil je niet tegenkomen ook al is het een planteneter. Verder veel fossielen en een film en video. We rijden over de brug van de Flinders River. Op een foto uit 2002 in het museum, werd de brug met twee shovels schoongemaakt, het lag vol met vuil dat de woeste rivier er had opgegooid. Als het regent een brede snel stromende rivier en nu een enorme zandbak. Terug bij de caravan eerst maar eens in het zwembad. Ik ga de luifel wassen, de vogels laten regelmatig weten wat ze van onze luifel vinden. We maken de rest maar weer klaar voor ons vertrek morgen ook omdat het weer zachtjes een beetje regent. Zaterdag 4 november 2006. Het is 6 uur en de lucht strak blauw, alles is nat van de dauw, het belooft een warme dag te worden. We zijn snel klaar en om tien voor acht rijden we richting Julia Creek. Een rit van 285 km via Richmond. We rijden met de ramen open, lekker koel. Het uitzicht is vlak, geel met hier en daar een boom zover als je maar kunt kijken en een eindeloos lijkende weg rechtdoor. Zelfs kangaroes zijn hier niet te zien dus ook geen dooie, wat weer goed is voor de kangaroes natuurlijk. Negen uur gaan de ramen dicht en de airco aan, er komt alleen nog maar warme wind binnen. Het heeft iets aparts dat eindeloze niets, halverwege op een rustplaats een bakje koffie en weer verder. Kwart voor elf rijden we Richmond binnen, snel remmen anders zijn we er weer uit. Hier is het informatiecentrum en het museum met de kronosaurus. Een mooi beeld voor de deur al kost het museum hier wel $10,--. Ik heb in Hughenden al veel fossielen gezien en hoef het hier niet te zien. We drinken koffie en rijden verder naar Julia Creek, een stadje met 500 inwoners maar belangrijk voor het veevervoer. Het is allemaal vlak dus de cruisecontrole op 85 en na een uur ben je dan ook 85 km verder. We zijn op de hele trip misschien 15 auto’s tegen gekomen, geen file. Om kwart over twaalf rijden we de camping op. Weinig bomen en bloedheet. We nemen 1 nacht en gaan morgen verder. Het zwembad naast de camping, een 33 mtr gemeentebad, is nog dicht. Snel nog even naar de uitgestorven dorpstraat voor brood, net voor de laatste winkel gesloten is en als we terug zijn bij de caravan heeft de airco al een leefbaar klimaat gemaakt. We hebben rustig zitten lezen en om half vijf loop ik langs het zwembad waar kinderen aan het zwemmen zijn. Ik zeg tegen de man aan de kassa ($ 1,-- entree) dat er niet veel mensen zijn al is het warm. Dat komt zegt hij omdat de temperatuur vandaag wel meevalt, ongeveer 38 graden, in de zomer is het met 46 graden wel drukker. Het zweet breekt mij uit en ik ga snel naar de caravan om mijn zwembroek en een dollar te halen en ga heerlijk een half uur in het water liggen. Na het eten loop ik nog een rondje, het is volle maan en in de verte hoor ik muziek en gelach van het bruisende nachtleven van Julia Creek. Zondag 5 november 2006. We zijn vroeg op en om half 8 vertrekken we richting Mt. Isa. Een rit van ongeveer 260 km via Cloncurry. Een paar luxe wagens en 2 Road Trains is alles wat we tegenkomen. In Nederland zijn we verwend, daar noemen we het provinciale wegen en rijden we niet harder dan 80. Hier noemen we het de Highway en rijden de Road-Trains van 53 mtr. 100 -110 km. Als die je tegemoet komen met 3, 4 of vijf opleggers waarvan de laatste soms behoorlijk slingert, is het soms zweten of je wel ver genoeg om kunt om te passeren. We stoppen in Cloncurry voor koffie en laten het rond kijken wachten tot de terugreis. Het is nu nog 135 km tot Mt. Isa en het uitzicht is al met meer variatie. Er komen steeds meer heuvels en eindelijk na de zoveelste heuvel zien we Mt. Isa, het is qua oppervlakte de grootste stad ter wereld, 41.000 km2 net zo groot als Zwitserland en met maar 24.000 inwoners. Beroemd geworden door lood en zilvermijnen, na 1923 is er ook ijzer gevonden. We hebben nu ;ook weer ontvangst met onze telefoons. Even op de kaart gekeken voor de route en m 11.30 uur rijden we “Sunset Caravan Park” op. We boeken twee nachten, de manager is er niet en de waarnemers rekenen $ 23,-- in plaats van $20,-- zoals in de boeken staat, en 10% memberskorting. Als we op onze plaats staan en de prijzen hebben na gekeken ga ik terug en krijg nog een keer de 10% korting. Nu klopt het nog niet maar ik steek dit alvast maar in mijn zak en dinsdag klagen we wel verder ;-) Na de lunch rij ik een beetje rond en ga langs de Riverside Camping. Dit is een FPA park en als ik vraag wat de prijs is doen ze hetzelfde als op de “Sunset” ze rekenen de prijs van de piektijd, maar de piek is in de winter, juni, juli en Aug. en sommige doen ook de schoolvakanties als piek. Moeten we maar eens uitzoeken. Maandag 6 november 2006. Gelukkig zakt de temperatuur ‘s nachts na drie uur en kan je behoorlijk slapen als de airco het eerste stuk afkoelt. We gaan een paar boodschappen doen en kijken hoeveel de diesel hier kost. Bijna 10 cent goedkoper dan in Julia Creek, dat scheelt alvast. We lopen bij de Telstra winkel binnen om te vragen hoe het zit met de verbinding. Omdat Queensland niet meedoet aan de zomertijd, had Ineke gebeld over ons goedkope uur. Het is gewoon de tijd van de staat waar je bent en de “vriendelijke” man had gelijk ons contract met een jaar verlengt. In de outback moet je eigenlijk een CDMA telefoon hebben, maar die gaat er eind 2008 ook uit en sinds 6 okt. Is er de “Next G” een nieuwe telefoon met CDMA techniek. Praten, bellen en uitzoeken en als we om twee uur buiten staan, zijn onze contracten verlengt en hebben we allebei een nieuwe telefoon ( met ons oude nummer) die volgens die vriendelijke dame in 96 % van Australië bereik heeft. We zullen het wel merken op onze reis. We hadden bij de toeristinformatie een mijntour geboekt voor mij, Ineke wil geen 1800 mtr. onder de grond. Ik wil het wel zien, de tour met lunch onder de grond is alleen in de winter maar nu kan je voor die prijs ook langs de twee museumtours over de outback en de fossielen die hier gevonden zijn. Adem halen doe je hier door je neus anders loop je de hele dag met de fles aan je mond. Ik denk dat “The Outback” een verbastering is van het Hollands “het vocht is uit je bek” wat volgens Ineke niet klopt. Terug bij de caravan eerst een late lunch en de gebruiksaanwijzing lezen. De telefoonnummers overzetten kan niet, volgens die dame kon het met de computer, maar als ik hem aansluit op onze laptop staat er dat die functie niet op onze telefoons aanwezig is. Nummertjes intoetsen dan maar en morgen klagen bij Telstra, dat kan nog net voordat ik naar de mijn ga. Ineke gaat shoppen, ik kan met een temperatuur van bijna 40 graden boven nul niet erg in de kerststemming komen al liggen de winkels er al vol mee en is het over 6 weken alweer zover. Nog vier weken en dan zijn we alweer een jaar hier, ik ga vragen of ze de tijd iets langzamer kunnen zetten. Dinsdag 7 november 2006. Melbourne Cup Day ik zal er niet veel van zien. Ineke boekt nog twee nachten en na een lichte discussie met de waarnemende juffrouw waarin Ineke verteld hoe zij er over denkt betaalt zij $20,-- min 10% = 2x$18,-- = $36,--. Goed gedaan, moeten ze maar niet pikken van arme pensioners. Ineke zet mij af bij de Informatie om half tien en ik ga de fossielentour doen. Ik vind dat wel leuk omdat wij ook bijna daarbij horen;-) Er is een laboratorium bij waar uitleg wordt gegeven over het vinden en schoonmaken van fossielen. Ik kan gelukkig het meeste wel verstaan, de man is helemaal weg van zijn werk maar soms een beetje moeilijk te volgen. Ik drink koffie en omdat Ineke er niet bij is neem ik er zo’n “gezonde” pie bij. De volgende tour is “Outback At Isa” Het is mooi opgezet met oude foto’s en materialen uit de begintijd van Mt. Isa. Er is ook een film over het ontdekken van koper en lood. Er worden vier mineralen gedolven in Mt. Isa koper, zilver, lood en zink. Van het begin met de hand en later met machines. Het heeft 15 jaar geduurd voor er winst gemaakt werd. Telkens was er weer een bedrijf dat er geld inpompte, pas na de overname door een Amerikaans bedrijf en de modernisering van de machines ging de mijn winst opbrengen en doet dat nu nog steeds. De mijntour is leuk gedaan en compleet nagemaakt met lift en trein en grote machines beneden. Ze zeggen dat we 1300 meter ondergronds gaan, maar dat is niet waar. We krijgen kleding helm en laarzen en worden vermomd als mijnwerkers. Steve die de rondleiding doet verteld leuk en neemt alle tijd. Hij heeft zelf 35 jaar ondergronds gewerkt en bediend de machines waarmee in die tijd gewerkt werd. De toer begint om 1 uur en om half vier zijn we pas weer boven. Het is niet de echte mijn maar wel heel getrouw nagebouwd en interessant om een keer te kunnen zien. Ineke haalt mij op om vier uur en zij had ook een rustige dag gehad zonder mijn gezeur. Woensdag 8 november 2006. Onze laatste dag in Mt. Isa. Ineke heeft de was gedaan en we gaan voor een rit naar Lake Moondarra. In 1957 is er een dam gelegd in de Leichhardt River om het drinkwater te verzorgen voor Mt. Isa en het meer doet ook gelijk dienst als watersport centrum. Het meer heeft een capaciteit van 107 miljard liter en is sinds de constructie 18 keer helemaal vol geweest. Vanaf de lookout hebben we een mooi 360 graden uitzicht over de omgeving. We nemen op de terugweg de Senic route, een onverharde weg die gedeeltelijk om het meer gaat. We komen langs een kanoclub en een picknickplaats met bootramp en een speciaal gedeelte om te vissen en waar ook wedstrijden gehouden worden. Op onze terugweg lunchen we bij de RSL club en stoppen daarna bij het bezoekerscentrum van de RFDS, de Royal Flying Doctor Service. Er hangt een kaartje met de prijzen en daaronder een bakje met een gleuf waar je geacht wordt eerlijk de $2,50 pp in te gooien, en om vragen te voorkomen, dat hebben wij ook gedaan. Het is mooi om al de oude foto’s van de vliegtuigen, oude radio’s en spullen te zien die toen en nu gebruikt worden. We doen nog even snel boodschappen en als we terug zijn bij de caravan is het 3 uur en nog steeds 39 graden. We gaan eerst even in het zwembad liggen tot ons bloed weer de normale dikte heeft. Na het eten was ik nog even snel de auto en ga om 7 uur klaar zitten met het fototoestel om de vleermuizen te fotograferen. Iedere avond om die tijd vliegen ze met duizenden tegelijk in een brede stroom over de camping. Prachtig zoals sommige laag voorbij vliegen en praktisch geruisloos. Na het eten gaat Ineke de voorraadkast leeghalen, ze heeft een paar mieren gezien, en als die de familie gaan halen kom je er nog niet zo makkelijk vanaf. Donderdag 9 november 2006. Voor vandaag een korte rit, we gaan terug naar Cloncurry om vandaar de Matilda HWY terug naar het zuiden te nemen. Het is 140 km en we vertrekken om half negen en om elf uur zitten we weer aan de koffie op Oasis Caravan Park in Cloncurry. Er staat wind en ook die is warm. Als eerste het elektrisch aansluiten zodat de airco weer aankan. De koelkast is bijna overspannen en in de kasten is alles warm. We hebben een plaats onder twee grote bomen vlakbij het zwembad. Er hangen twee grote shade clothes boven om de zon een beetje tegen te houden. Ik ga alvast dapper vol goede moed naar het zwembad en zonder aarzelen loop ik er in en moet eerst een minuut naar adem happen. Ik denk dat het aangesloten is op de vriezer. Na een paar minuten is het toch lekker na al die hitte. Ik wou eerst wachten tot Ineke kwam om haar gezicht te zien als ze in het water zou gaan, maar na een half uurtje ben ik er maar uit gegaan en heb haar verteld hoe koud het was. Ineke blijft binnen en ik ga even rondtoeren en stop bij het museum van Mary Kathleen. Dat is de uraniummijn, ontdekt in 1957 en genoemd naar de vrouw van een van de ontdekkers. Het museum heeft de grootste verzameling mineralen van Australië, voor mij zijn het allemaal mooie stenen omdat ik daar te weinig van weet. Verder veel oude foto’s en gebruiksvoorwerpen. Buiten een verzameling oude landbouwmachines en voortuigen voor het railverkeer, onder andere een railambulance, een kraan met kettingen om een trein weer op de rails te zetten. Morgen nog een dag en zaterdag verder naar het zuiden. Het is nu al te laat en in de zomer wil ik hier niet zijn, het welkomsbord van Cloncurry met daarop de hoogste temperatuur ooit gemeten in Australië van 53.9 graden in 1889, zegt voor mij genoeg. Vrijdag 10 november 2006. We gaan een rijtoer maken door de stad. We rijden langs het museum van de Flying Doctor, dat kost hier bijna $9,-- en omdat we het meeste al in Mt. Isa gezien hebben doen we het hier maar niet. De stad is zo groot dat we na 15 minuten alle straten gehad hebben en gaan we boodschappen doen. Het koelt ‘s-nachts na drie uur aardig af maar als om half negen de zon goed door is vliegt de temperatuur gelijk weer naar de 30 graden. Terug bij de caravan toch maar weer even afkoelen in het zwembad. Op vakantie schuilen voor de regen is niet leuk, maar schuilen voor de hitte is ook niet alles. Tegen vier uur ga ik nog even langs de Chinamon Creek Dam. In de Cloncurry River is een dam gelegd voor de drinkwater voorziening van de stad en gelijk een mooi recreatiegebied voor iedereen om te zwemmen, te varen en te vissen. Er zijn toiletten en picknick plaatsen en twee houtgestookte BBQ’s, de gas BBQ’s zijn helaas gesloopt. Ook in Australië lijkt het op sommige plaatsen de gewoonste zaak te worden om je vuil overal neer te gooien en de boel te slopen. Na het eten ga ik nog even aan de weg staan om foto’s te maken van de Road-Trains, het blijft een imposant gezicht om ze langs te zien rijden. Er komt een mooie aanrijden met drie kiptrailers en die stopt voor de camping. Er staat een vrouw met een kindje en eten te wachten voor de chauffeur, ik neem foto’s van de truck en de chauffeur vraagt of ik een rit mee wil rijden. Natuurlijk, het is bijna zeven uur en ik zeg vlug tegen Ineke dat ik over drie uur terug ben en klim in de truck. De chauffeur heet Kelly en woont ook op de camping. De rit gaat naar de Eloise Copper Mine om kopererts te laden. De truck weegt met drie kipopleggers 49 ton, het is een Kenworth met 36 versnellingen. Het is bijna donker en dan zijn de wegen vanaf deze hoogte wel erg smal als je daar met honderd km per uur overheen davert. Het is voor mij de eerste keer dat ik hier in het donker rij, gelukkig zijn de kangaroes nu wel net op tijd weg zodat wij er geen een doodrijden. Dat het gebeurd is wel logisch, je kan met zo’n truck geen kant op als er plotseling iets voor je opduikt. Na een uur komt er in de verte een bord en voor ik er erg in heb rijden we linksaf een onverharde weg in. Kelly zet de naar achter gerichte schijnwerper aan zodat ik de stofwolken kan zien als we zo met 80 km per uur over de gravelroad rijden. We rijden het terrein van de mijn op en Kelly meld zich met de radio en er komt een shovel om ons te laden. Ik heb mijn Japanse veiligheidsschoenen aan en geen veiligheidskleding of helm, dus ik mag er niet uit om foto’s te nemen. Na een half uur heeft Kelly de rolzeilen dicht gemaakt en rijden we de mijn weer af. In de eerste oplegger zit 21 ton en in de tweede en derde 26 ton,. Leeg kon hij nog wel eens een versnelling overslaan maar nu moet hij ze allemaal gebruiken om de ruim 120 ton op snelheid te krijgen. Eenmaal weer op het asfalt stoppen we op een grote parkeerplaats waar de trucks die van de mijn komen moeten stoppen, de chauffeur moet dan op alle vielen met een ijzeren staaf kloppen omdat ze anders te veel vuil op de weg en in de stad brengen. Om kwart voor tien stoppen we weer voor de camping, ik bedank Kelly voor de rit en hij rijd verder om zijn vracht te lossen bij de trein. Een hele ervaring die ik niet graag had willen missen. Zaterdag 11 november 2006. Het is negen uur en we gaan op weg naar Mc Kinlay, een rit van 110 km, de ramen dicht en de airco hoog want er komt alleen warme wind binnen als de ramen open zijn. We zijn nu op de Matilda HWY en in Mc Kinlay staat het Walkabout Creek Hotel dat te zien was in de beroemde film van Crocodile Dundee. We zijn er om half elf en nemen wat te drinken. Foto’s en muurschilderingen verwijzen naar de film met Paul Hogan. Volgens de Barman heeft het verledenjaar voor het eerst in 6 jaar weer goed geregent, 18 inch (46 cm) in 36 uur, dan is het net een zee en iedereen zat vast voor een week. De temperatuur van 40 graden is volgens hem hier normaal en is het zomers iedere dag rond de vijftig. Hier gaan we dus ook niet wonen. We rijden door naar Kynuna, 80 km verder. Daar is een Roadhouse waar we gaan lunchen. Er moet daar volgens het boek ook een caravanpark zijn, maar als we daar aankomen en de poweredsite’s zien liggen in de brandende zon zonder bomen en zonder zwembad, besluiten we om na de lunch gelijk door te rijden naar Winton. Na een heerlijke lunch gaan we weer de weg op. Een eindeloos lijkend niets, links en rechts geel gras zover als je kunt kijken en daar tussen een kaarsrechte weg die in de verte uitloopt in een stip. Een enkele auto die je tegenkomt en af en toe een Road-Train. Als je hier met panne komt te staan, daar moet je niet aan denken. Uitstappen voor een snelle sanitaire stop maakt dat je blij bent om weer in de gekoelde auto te stappen. Als die stopt en je hebt niet genoeg drinken meegenomen, zal je het niet lang volhouden. Om drie uur rijden we het Matilda Country Tourist Park in Winton op. We boeken drie nachten en kunnen zelf een plaats gaan uitzoeken. We hebben een heerlijk beschutte plaats en als alles aangesloten is zetten we de airco aan om het binnen leefbaar te maken en gaan heerlijk in het zwembad liggen. We zijn weer 350 km naar het zuiden gekomen. Goed dat we op tijd vertrokken zijn, ik had niet graag in Kynuna gebleven met die hitte. Al zeggen de lokale mensen dat je aan de hitte gaat wennen, ik wil het niet proberen. Zondag 12 november 2006. Vannacht om 3 uur is het hard gaan waaien, voor de luifel staan we goed beschut en ook voor de om 6 uur opkomende zon. Het genieten van de frisse wind door de caravan is om 8 uur over. De temperatuur is binnen alweer boven de 30 graden en die heerlijke frisse wind buiten is nu net of je met je hoofd in een föhn zit. We gaan Winton bekijken, we zijn net op weg als de dochter van Ineke belt. Ik zeg na een kwartier tegen Ineke dat Winton niet echt zo groot is maar dat ik de stad al twee keer rond geweest ben met 20 km per uur terwijl ze zat te bellen. De borden “wij zijn open” betekend hier niet dat ze ook open zijn maar staan alvast buiten voor het geval ze open gaan, dat is pas echt handig ;-) We nemen koffie in een zaakje dat echt open is en Ineke vraagt aan die man of het ’s winters wel veel drukker is, de man knikt en zegt “wie wil er nu reizen?”. Wij dus, alle winkels en de hele camping voor ons alleen. We lunchen in de caravan en proberen zoveel mogelijk uit de zon te blijven. Om drie uur gaat Ineke naar het zwembad dan rij ik wat rond om foto’s te maken maar na een half uur lig ik ook in het zwembad. Er komt een caravan de camping oprijden, het zijn mensen uit Perth, geboren in Nederland. Wij blijven met z’n vieren tot vijf uur in het zwembad en dat was heel gezellig. Met de ramen en deur dicht blijft het binnen heel aangenaam en om 6 uur gaan we samen eten in de RSL, een echte aanrader, heel lekker. We kijken nog een film en gaan naar bed maar net voor ik het licht uit wil doen zie ik, na mieren, torren, muggen en vliegen, onze eerste kakkerlak. Ik krijg hem (of haar) te pakken en gooi hem naar buiten. Gelijk gaan alle lichten aan en is er een vergadering hoe dat mogelijk is. Ik denk dat hij door de afvoerslang omhoog gekomen is of door het rooster bij de koelkast. Alles wat eetbaar is zit in de koelkast of in afgesloten plastic bakken en dozen, daar zal hij niet op af gekomen zijn. Welkom in The Outback. Maandag 13 november 2006. De wasmachines zijn hier maar $2,--, er zijn dus heus wel positieve dingen. Ineke doet de was en die is na een uur ook weer in de kast. Toch vind Ineke dat we 1 nacht te veel geboekt hebben. “Ik wil hier weg uit dit Hell Hole “ zegt zij oneerbiedig. Ik neem foto’s van de verlaten camping, wij zijn op een paar vaste bewoners na, de enige die er nog staan. Ons gezelschap zijn de vliegen die proberen in je neus of in je mond te komen als je uit de caravan komt. We gaan naar het Waltzing Matilda Centre, Ik neem een ticket voor het museum en dat is ook gelijk voor het Corfield &Fitzmaurice en het openlucht Theatre. Ineke vind het te warm (dat heb je met die buitenlanders) en wil niet mee. Ik breng haar terug naar de gekoelde caravan, dan kan ze als het te gek wordt in het zwembad gaan liggen. Er zijn bij Winton stampede sporen gevonden van Dinosaurussen, de enige in de wereld en volgens de geleerden miljoenen jaren oud. Het is ook de plaats van A.B. (Banjo) paterson, de schrijver van “Waltzing Matilda”. Verder een oude stoomtrein, gereedschap, machines en auto’s o.a. de eerste 4 viel aangedreven, gestuurde en geremde vrachtauto in de wereld, er zijn er nog maar twee, deze en een in Amerika. Er is ook veel opaal gevonden en over dat alles samen gaan de meeste verhalen. Het North Gregory Hotel zit ook bij de toer inbegrepen en daar krijg je $ 2,-- korting op een drankje, Dat heb je dan ook wel nodig als je daar eenmaal bent dus ik neem er voor de zekerheid twee ook al zit er op de tweede geen korting. Er hangt een foto uit 1995 van het record de langste rijdende Road-Train. Een Ford louisville met 460 pk en daar achter 34 dubbeldeks veeopleggers en een lengte van 498 mtr en die legt een afstand af van 2 km. Het laatste deel van de tour is het openlucht Theatre dat in de wintermaanden nog iedere woensdagavond films draait. De ingang via een “opaal mijn”. Het is nog helemaal origineel met rolschaatsbaan en buitenbar. Er staat ook “The Worlds Biggest Deckchaire” In de projectorruimte veel oude filmposters en naast de nieuwe ook een paar oude projectors. Uitgedroogd en bezweet kom ik eindelijk weer bij de caravan, ik zeg gedag en ga eerst een half uur op temperatuur komen in het zwembad. Ineke heeft een lekkere stevige wintermaaltijd gemaakt, gelukkig werkt de airco prima dus het smaakte geweldig. Rommel opruimen en alvast de boel klaar zetten zodat we morgen vroeg op pad kunnen. Verder naar beneden waar het misschien iets koeler is. Ik ga nu al bijna genieten bij het idee van 30 gaden. Er was een pluspuntje, de eigenaar van het Hotel vertelde dat de temperaturen gisteren en vandaag ook voor hun wel extreem waren. Dinsdag 14 november 2006. We proberen zoveel mogelijk in de koele uren te rijden dus vertrekken we om half zeven richting Barcaldine. Tot aan Longreach komen we over de 180 km 8 auto’s en 3 Road-Trains tegen. Vlak voor Longreach 3 luxe auto’s tegelijk en ik zeg verschrikt tegen Ineke, we zullen toch geen file krijgen. Gelukkig bleef het voor de rest rustig. We stoppen bij het Qantas museum, we kijken rond en gaan niet in de Boeing 747, die hebben wij al genoeg gezien. Het is wel knap hoe ze hem daar gekregen hebben. We drinken koffie en terug naar de auto plukken we snel een paar mango’s van de boom op de parkeerplaats. We rijden nog 27 km verder naar Ilfracome, daar is het “one mile museum” van auto’s en machines die allemaal gebruikt zijn in de omgeving. Het is een hele klus om ze allemaal te bekijken. Ineke wacht in de koele auto en als ik eindelijk terug gelopen ben rijden we door naar Barcaldine. Als we daar aankomen hebben we weer ruim driehonderd km gereden en zijn blij als we om half 1 het Barcaldine Tourist Caravan Park oprijden. Een park dat pas 23 maanden open is met prachtig gras en verder alles nieuw. De wasmachines zijn gratis, Jammer genoeg heeft Ineke net alles gewassen. De bomen zijn nog te klein voor schaduw maar we mogen op het pad staan naast een grote boom die aan de weg staat. Ineke gaat even lezen, de airco staat aan al is het iets minder warm dan in Winton. Ik ga even een straatje om en kijken of ik plakspullen kan vinden voor de fiets. De fiets is weer gemaakt en we besluiten om in de stad te gaan eten. Ik kan er nog niet helemaal aan wennen dat er overal kerstversiering is terwijl je loopt te puffen van de warmte. Het eten was lekker en terug bij de caravan zien we drie kangaroes lopen, heel erg leuk, maar als ik even later naar de toiletten loop zie ik er zeker tien. Er lopen hier meer kangaroes dan kampeerders, dat krijg je wel als er van dat mooie lekkere gras is. Ik ga proberen de website af te krijgen en deze update tot en met de 14e te maken in plaats van de 15e. Hij is toch lang genoeg en ik kan hier met de laptop op het internet. Woensdag 15 november 2006. De camping is geweldig en de eigenaars erg hartelijk. Alles mooi groen, de kangaroes zijn het met ons eens. Ze zijn de hele nacht bezig met het gras kort houden, als je uit het raam kijkt zie je ze voor de caravan langs gaan. Wakker worden met een heelrijke frisse wind door de caravan zonder gelijk naar de airco te zoeken. De douche is een cabine met toilet en wasbak, heerlijk ruim en een lekker stortbad. Een verademing na al dat dorre gras en stof. Tijdens het ontbijt besluiten we nog een paar dagen langer hier te blijven, kunnen we weer even wennen aan normaal weer, al is het hier ook warm het is beter uit te houden. Omdat we een rustdag nemen doe ik dag 15 er toch maar bij, dan kan ik gelijk deze update afsluiten met een positief bericht.
Will be continued
Klik hier voor de foto's voor dit deel Update van deze pagina Wednesday 03 September 2008 |